Ze zijn er weer. Coquilles St. Jacques. St. Jacobsvruchten. Mantelschelpen. Kortweg coquilles. De zeevrucht waarvan de schelp wel het meest bekend is als symbool voor de pelgrims naar Santiago de Compostela en als logo van een zelf te duiden oliemaatschappij. Maar culinair gezien gaat het om de noot. En dan zeggen we mmm… coquilles… met een zucht van genot.
Ze zijn er dus weer.
Van oktober tot april worden deze heerlijke zeevruchten bevist. Na april mag dit absoluut niet meer vanwege de start van het paai seizoen. Logisch ook. We hebben het liefst toch ieder jaar een lekkere coquille op ons bord nietwaar?
Wat maakt deze zeevrucht nu zo lekker?
Het culinaire eetbare deel van de coquille wordt de noot genoemd. Een ronde witte schijf die eigenlijk een spier is die de twee schelphelften met elkaar verbindt. Dit schijfje ziet er heel mooi uit want wit en rond maar is ook ontzettend lekker. Het smaakt een beetje zoet en heeft een hele malse structuur. De coquille heeft dan ook niet veel extra’s nodig om gewaardeerd te worden. Even kort bakken of grillen waardoor ze een mooi goudkleurig korstje krijgt en van binnen nog lekker sappig en mals is.
Maar niet alleen de noot is lekker. Aangehecht aan de noot bevindt zich een oranje klier, het koraal of corail. Dit gedeelte van de zeevrucht wordt veel gebruikt om sauzen op smaak te brengen. Mooi dat er zo niets verloren gaat bij het bereiden van deze lekkere zeevrucht.
Marcus
Natuurlijk heeft Marcus meteen coquilles besteld en gerechtjes ermee gemaakt. Op social media heeft hij laten zien hoe ze vers in de doos zijn binnen gekomen. Nog mooi in de schelp. En hoe het er later uitzag verwerkt in een gerechtje op een mooi bord. Ziet dat er niet prachtig uit? En dan begrijpen jullie deze wens-zucht vast wel: mmm… coquilles…



